Boom · Pinaceae

Grove den

Pinus sylvestris

Vergevingsgezind, snelgroeiend en tevreden op droge, zandige grond, de grove den vraagt om zonlicht en verder weinig.

Licht

Volle zon

Water

Elke 7–⁠14 dagen

Winterhardheid

tot -46°C

Volwassen formaat

9,1–⁠18,3 m

Veilig voor huisdieren
Grove den

Overzicht

Heb je nog nooit een conifeer gekweekt, dan is de grove den een vriendelijke plek om te beginnen. Het is een van de meest geplante dennen ter wereld, makkelijk te herkennen aan zijn afbladderende, oranjerode schors die tegen een grijze winterlucht lijkt te gloeien. De naalden groeien in gedraaide blauwgroene paren, en naarmate de boom ouder wordt, wordt de kroon losser en heerlijk grillig, wat oude exemplaren een heel eigen, verweerd karakter geeft. Hij behoort tot de familie Pinaceae, groeit wild in heel Europa en Azië, en is al lang welkom in Noord-Amerikaanse tuinen en kerstboomvelden.

Het fijnste, vooral als je bang bent om iets fout te doen, is hoe weinig hij van je vraagt. Hij groeit snel, lacht om kou tot -40°C, en voelt zich prima thuis in droge, zandige, zelfs vrij arme grond waar kieskeurigere bomen zouden worstelen. Dat gemakkelijke karakter is precies waarom hij vroeger zoveel tuinen en boomkwekerijen vulde, en waarom kleine foutjes hem zelden terugzetten.

Het enige om in de gaten te houden, zijn plagen. Dennenverwelkingsziekte heeft de grove den uit de kwekerijhandel in een groot deel van het Midwesten van de Verenigde Staten verdrongen, en topsterfte samen met een paar insecten kunnen een boom die al onder druk staat verder verzwakken. Niets daarvan hoeft je af te schrikken. Plant hem ergens waar de verwelkingsziekte geen voet aan de grond heeft gekregen, houd hem krachtig groeiend, en deze den kan heel lang fier overeind blijven staan.

Verzorging

De korte versie: geef de grove den volle zon, goed doorlatende zand- of leemgrond die enigszins zuur is, en weinig water zodra de wortels stevig staan. Hij heeft zelden voeding nodig, snoeit het liefst in droog weer, en wil vooral de ruimte die een grote boom verdient.

Licht

De grove den houdt van volle zon en wil er zo veel van als je kunt geven. Hij verdraagt bijna geen schaduw, en een jonge boom die wordt ingesloten door hogere buren, rekt zich dun, opgeschoten en zwak uit, dus een open, lichte plek loont echt.

Water

Zodra de wortels stevig staan, is de grove den droogtebestendig en redt hij zich meestal met regenwater, zelfs op droge, zandige grond. Terwijl een jonge boom nog aan het wortelen is, geef je hem tijdens droge periodes wat water, en bouw je dat daarna geleidelijk af. Een flinke waterbeurt elke 7 tot 14 dagen tijdens die eerste vestigingsperiode is ruim voldoende.

Bodem

Deze den is blij met goed doorlatende zand- of leemgrond en is vergevingsgezind voor arme, droge plekken die andere bomen ontmoedigen. Hij neigt naar zure grond, ruwweg pH 4,5 tot 7,0, al accepteert hij een vleugje alkaliniteit zonder te mokken.

Temperatuur

Kou is hier gewoon geen probleem. De grove den verdraagt alles van -40°C tot 35°C, wat verklaart hoe hij zo ver naar het noorden tot in zone 2 komt en zich daar nog steeds thuis voelt.

Luchtvochtigheid

Gewone buitenluchtvochtigheid past de grove den prima, dus er is geen meetwaarde om je druk over te maken. Wat meer telt, is goede luchtcirculatie, want stilstaande, vochtige lucht bevordert de topsterfte waar deze den gevoelig voor kan zijn.

Bemesting

Zie de grove den als een lichte eter die zelden om iets extra's vraagt. Ingeburgerde bomen doen het meestal prima zonder enige meststof, en op de zeldzame keer dat de groei zwak oogt, volstaat een milde, gebalanceerde voeding in de lente.

Snoeien

Houd het snoeien licht en incidenteel. Verwijder dode, beschadigde of zieke takken alleen in droog weer, want snoeien terwijl alles nat is, kan Diplodia-topsterfte verspreiden, en wees gerust: de boom verdraagt scheren goed als hij als kerstboom wordt gekweekt.

Verpotten

De grove den is eigenlijk echt een landschapsboom en wordt zelden lang in een pot gehouden. Kweek je toch een jonge boom in een container, dan zijn wortels die rond de drainagegaten cirkelen, groei die stilvalt, of water dat er meteen doorheen spoelt allemaal zachte signalen dat hij te groot is geworden voor de pot en de grond in moet.

Formaat & plantafstand

Vergeet niet dat dit een grote boom is, die tot 9 tot 18 meter hoog kan groeien en 9 tot 12 meter breed kan worden. Geef hem die ruime plek al vanaf het begin, ver van gebouwen en andere bomen, zodat de kroon volledig kan uitgroeien in volle zon.

Wanneer planten

Omdat de grove den zo winterhard is en floreert in zones 2 tot en met 7, draait planten minder om het timen van een oogst en meer om jonge wortels helpen wortel schieten. Kies de lente of de herfst, wanneer de grond makkelijk te bewerken is en er gestaag regen valt, en laat de boom wennen voordat de zomerhitte of de diepe winterkou toeslaat.

Planten mrt–mei
Planten sep–okt
Kegels rijpen sep–okt

Gebruikelijke maanden voor een gematigd klimaat: begin eerder in warme zones, later waar voorjaarsvorst lang aanhoudt.

  • Planten: lente of herfst
  • Oogsten: Niet-bloeiende conifeer; produceert grijze tot lichtbruine kegels van ongeveer 7,5 cm lang. Wordt vaak geoogst als kerstboom.

Winterhardheid

Temperatuur: tot -46°C

Problemen oplossen

De meeste problemen bij een grove den worden het eerst zichtbaar in de naalden en de jonge, tedere kaarsen, en de ernstige gevallen komen van plagen en schimmelziekten. Houd moed: de kunst is vooral om een ernstige bedreiging zoals dennenverwelkingsziekte te onderscheiden van iets behandelbaars, en dan vroeg in te grijpen. Zoek het symptoom van jouw boom in de lijst hieronder.

Ernstig

Hele takken die bruin worden, een boom die binnen een seizoen verloren gaat

Wanneer hele takken bruin worden en een boom binnen een seizoen kan sterven, is de oorzaak bijna altijd dennenverwelkingsziekte, verspreid door een piepklein aaltje dat dennenboktorren van den naar den overbrengen. De naalden verkleuren van grijsgroen naar een dof geelbruin, en gezaagd hout laat nauwelijks hars vloeien. Helaas bestaat er geen remedie, dus een bevestigde boom moet worden geveld en daarna verbrand, begraven of versnipperd voordat de kevers naar een buurboom trekken.

Oplossing:

  • Er bestaat geen remedie zodra een boom besmet is
  • Verwijder en vernietig dode en stervende bomen snel (verbranden, begraven of versnipperen) om broedplaatsen van de kevers weg te nemen
  • Laat gezaagd dennenhout niet ter plaatse liggen, want het herbergt de overbrengende kever
Terugslag

Plakkerige harsklonten op de stam met takken die breken bij de takkransen

Die plakkerige klonten komen van de Zimmerman-dennenmot, waarvan de larven zich onder de schors boren precies waar takken de stam raken. De verzwakte verbindingen begeven het, waardoor een tak of zelfs de boomtop kan afbreken bij een takkrans. Snoei het aangetaste hout weg en vernietig het, houd de boom krachtig groeiend, en waar deze mot een bekend probleem is, bespuit je de stam half april en opnieuw half augustus om de larven te vangen voordat ze naar binnen boren.

Oplossing:

  • Snoei aangetaste, gebroken of afstervende takken weg en vernietig ze
  • Houd de boom vitaal met de juiste standplaats en watergift
  • Breng half april en opnieuw half augustus een toegelaten insecticidebespuiting op de stam aan om de larven te raken voordat ze naar binnen boren
Terugslag

Kleine witte stipjes op de naalden die je kunt afkrabben

Die stipjes zijn dennennaaldschildluis, kleine witte gepantserde insecten die zich vasthechten aan de naalden en het sap eruit zuigen tot het gebladerte er gebleekt en dun uitziet. Pak de kruipers aan, de roodachtige nimfen die verschijnen in het late voorjaar, met horticulturele olie of insecticidezeep, en behandel opnieuw voor de tweede generatie in het midden van de zomer. Snoei en vernietig takken die helemaal onder de korst zijn komen te zitten.

Oplossing:

  • Behandel de kruipers (piepkleine, roodachtige nimfen) in het late voorjaar met horticulturele olie of insecticidezeep
  • Herhaal voor de tweede generatie in het midden van de zomer
  • Snoei zwaar aangekoekte takken weg en vernietig ze
Terugslag

Clusters larven die in de lente de naalden van het vorige seizoen opeten

De eters hier zijn de Europese dennenbladwesp, met grijsgroene larven die zij aan zij op de oudere naalden zitten terwijl ze de verse toppen met rust laten. Pluk of snoei de clusters weg en vernietig ze, of spoel de larven weg met een stevige waterstraal. Wordt de vraat heftig, kies dan een insecticide dat is toegelaten voor bladwespen, want Bt heeft geen effect op ze.

Oplossing:

  • Pluk clusters larven met de hand weg of snoei ze weg en vernietig ze
  • Spoel de larven weg met een krachtige waterstraal
  • Gebruik bij zware kaalvraat een insecticide dat is toegelaten voor bladwespen (Bt werkt niet tegen bladwespen)
Terugslag

Nieuwe kaarsen die bruin worden en kort blijven aan de taktoppen

Dit is Diplodia-topsterfte, een schimmel die de verse kaarsen doodt en korte, bruine naalden achterlaat met piepkleine zwarte vruchtlichamen, en tijdens lange natte periodes kan Dothistroma-naaldziekte zich erbij voegen. Snoei en verbrand de aangetaste twijgen en kegels alleen in droog weer, en veeg je snoeischaar tussen de sneden door af met een bleekoplossing van 10 procent. Waar de ziekte jaar na jaar terugkeert, breng je een fungicide aan bij het uitlopen van de knoppen en gedurende het uitgroeien van de kaarsen.

Oplossing:

  • Snoei en vernietig aangetaste twijgen, takken en kegels alleen tijdens droog weer
  • Steriliseer de snoeischaar tussen de sneden door met een bleekoplossing van 10 procent
  • Breng fungicide aan bij het uitlopen van de knoppen, bij halve en bij volledige kaarsuitgroei waar de ziekte chronisch is

Giftigheid

Hier is geruststellend nieuws voor iedereen met huisdieren: de grove den is een echte den en niet giftig voor katten, honden, paarden of vee. Het enige om even bij stil te staan zijn de naalden, scherp genoeg om een nieuwsgierige neus of mond te prikken, en het plakkerige hars, dat de huid kan irriteren of vlekken kan achterlaten.

Veilig voor

Mensen · Katten · Honden · Paarden · Konijnen · Vee · Vogels

Katten Veilig

De grove den vergiftigt geen kat. Waar je echt op moet letten, zijn de scherpe naalden, die de bek kunnen prikken, en een beetje doorgekauwd groen kan een korte periode van braken veroorzaken voordat je kat zich weer prima voelt.

Honden Veilig

Een hond kan deze naalden in de bek nemen zonder risico op vergiftiging. Het plakkerige hars en de stijve naalden kunnen wat irritatie veroorzaken, en een grote hap gebladerte kan de maag een tijdje van streek maken.

Paarden Veilig

Paarden hebben geen problemen bij de grove den, in tegenstelling tot de ponderosaden en een paar van zijn verwanten. Er is niets specifieks om op te letten, behalve de gewone kras van de naalden.

Konijnen Veilig

Konijnen lopen geen risico op gif in de naalden of de schors, en den wordt soms gegeven als knaagtak. Zorg er wel voor dat het hout afkomstig is van onbehandelde, onbespoten bomen.

Vee Veilig

Runderen, geiten en schapen kunnen veilig aan de grove den knabbelen, zonder de dennennaald-abortus die aan de ponderosaden wordt gekoppeld. In werkelijkheid mijdt grazend vee het stekelige gebladerte toch meestal vanzelf.

Vogels Veilig

Vogels zijn volkomen veilig bij deze den. Velen schuilen graag in zijn dichte kroon en trekken de zaden zo uit de kegels.

Mensen Veilig

De grove den vormt geen vergiftigingsrisico voor mensen, en de binnenschors en naalden worden al lang gebruikt om thee van te trekken. De naalden zijn echter scherp, dus let goed op hoe kleine handjes en mondjes ermee in aanraking komen.

Scherpe naalden en plakkerig hars kunnen milde mechanische irritatie veroorzaken; hars kan vlekken. Geen speciale voorzorgsmaatregelen nodig naast de normale zorg.

Variëteiten

De meeste grove dennen die te koop zijn, zijn gewoon de wilde soort, maar een handvol geselecteerde vormen duikt op als je een specifieke look zoekt. Dit zijn de paar die het waard zijn om bij naam te kennen.

Fastigiata

Een slanke, zuilvormige grove den die recht omhoog schiet als een uitroepteken, ideaal wanneer je hoog, verticaal karakter wilt in een smalle ruimte.

Watereri

Een langzaam groeiende dwerg die uiteindelijk zo'n 3 tot 3,5 meter hoog wordt, met stijve, gedraaide blauwgrijze naalden boven een schors die in oranjeachtige schubben afschilfert.

Glauca

Geliefd om zijn diep blauwgroene naalden, de sterkste blauwe tint die je bij een gangbare grove den tegenkomt.

Zo vermeerder je

Bijna elke grove den begint zijn leven als zaad, en enten wordt bewaard voor de benoemde vormen die niet waarheidsgetrouw uit zaad opkomen.

ZaadGemiddeld

Zaai gestratificeerd zaad in de lente. · 2 tot 3 jaar tot een stevige jonge boom

Bijna elke grove den die je tegenkomt, is opgekweekt uit zaad. De kegels hebben twee jaar nodig om te rijpen, en het zaad wil een koude, vochtige rustperiode voordat het ontwaakt, dus zaai het in de lente na stratificatie. Reken op 2 tot 3 jaar voordat het uitgroeit tot een stevige jonge boom.

EntenVeeleisend

Late winter, op zaailingonderstam · 1 tot 2 jaar

Benoemde selecties zoals Fastigiata en Watereri komen niet waarheidsgetrouw uit zaad, dus kwekers enten ze in plaats daarvan. De ent wordt in de late winter gezet op zaailingonderstam, en een goede vergroeiing groeit aan en zet zich in de daaropvolgende 1 tot 2 jaar.

Mythes

Mythe

Naalden van de grove den zouden drachtige dieren doen aborteren.

Werkelijkheid

Dennennaald-abortus is een echt verschijnsel, maar het hoort bij de ponderosaden en een paar naaste verwanten, waarvan het isocupreenzuur drachtig rundvee schaadt, niet katten, honden of paarden. De grove den is simpelweg niet de den erachter, en de ASPCA vermeldt de ponderosaden zelf zelfs als niet-giftig voor honden en katten.

Mythe

De grove den is invasief en zou nooit in Noord-Amerika geplant mogen worden.

Werkelijkheid

De USDA Forest Service beoordeelt de grove den als niet-invasief in Noord-Amerika, ook al is hij op enkele plekken in het noordoosten en bij de Grote Meren verwilderd. Wat zijn plaats in de handel echt heeft doen krimpen, zijn dennenverwelkingsziekte en andere plagen, niet de neiging om te verwilderen.

Bronnen